Ik loop mee in de Stadsloop van Gent

O ja, beste lezer, u leest het goed: den dezen trekt de loopschoenen aan en gaat volgende zondag samen met honderden anderen het stadscentrum van Gent doorkruisen in de Stadsloop De Gentenaar.

Ik sta voor veel dingen bekend – links zijn, een beetje gek op computers – maar zeker niet als sportman. Omdat ik me onlangs heb voorgenomen van eindelijk eens wat gezonder te eten en meer te bewegen, heb ik me maar via mijn werk ingeschreven voor de Stadsloop. ’t Is te zeggen: de korte editie, namelijk “Start to Run” aan 5 kilometer 🙂

Groepssporten worden steeds populairder omdat ze mensen samen brengen, net dat tikkeltje noodzakelijke sociale druk geven én je meestal langs leuke plekjes brengen. Op onze looptocht van 5 kilometer lang doorkruisen we dan ook het hele stadscentrum: van de Sint-Amandsstraat via de Oude Houtlei en Vrijdagmarkt, via de Zuid en dan aankomst op het Sint-Pietersplein. Enkele van de mooiste hoekjes van het historische Gent zullen onder onze voeten passeren! Je kan het hele parcours hier bekijken.

Om me voor te bereiden, ben ik afgelopen vrijdag voor een eerste keer gaan lopen met nieuwe sportschoenen. Goede wil op overschot: zaterdag ben ik er opnieuw op uit getrokken. Veel te laat om nog degelijk voor te bereiden, maar de intentie is er toch… Ik heb ook maar Runkeeper op m’n gsm gezet: een app waarmee ik perfect kan bijhouden langs waar ik gelopen heb en aan welke snelheid, hoeveel calorieën ik verbrand heb, die me kan coachen door op het juiste moment te zeggen “slow” of “fast”, enzovoort. Een extra hulpje dus: de juiste woorden terwijl ik de juiste muziek opzet (zie verder).

Op goede wil alleen kan je veel, maar met wat aanmoediging nog meer. Positioneer je langs het parcours, en zie me passeren zondag vanaf 15u. Je kan ook altijd een virtuele aanmoediging sturen via de website van De Gentenaar. Eeuwige dank zal je deel zijn, en de gedachte dat je hebt bijgedragen aan mijn gezondheid en aan een mooi sociaal gebeuren!

Neuzekes en foto’s: de 9 mei markt in Sint Amandsberg

Dit weekend vindt ommezegens al de 470ste keer de befaamde 9 mei markt in Sint-Amandsberg plaats. Het begon als een paardenmarkt, groeide tot een heuse volkskermis en is tegenwoordig opnieuw (in iets bescheidener formaat) opnieuw een paardenmarkt met allerlei randactiviteiten.


Ook Curieus Gent-Oost draagde haar steentje bij aan de randactiviteiten en organiseerde een “fantastische” fototentoonstelling in het oud gemeentehuis van Sint-Amandsberg. Omdat we iets willen bijdragen aan de buurt, en hierin creatief en origineel willen zijn.

Wat wilt dat concreet zeggen? We hebben op onze vaste locatie tijdens de 9 mei markt ruimte gegeven aan Studio Edelweiss, enkele vrie wijze Gentse gasten, om met hun foto’s een creatieve invulling aan de ruimte te geven. Zo hebben ze uiteraard foto’s opgehangen (aan heel zware panelen…), maar ook muziek gespeeld, beelden geprojecteerd en met een rookmachine sfeer gecreëerd. De foto’s zijn een tikkeltje absurd, soms geniaal, intrigerend, bijwijlen vreemd, en altijd interessant…

Op de openingsavond, vrijdag 11 mei, stelden we ook ons boekje voor: “Neuzen in Sint-Amandsberg“. Hierboven vind je alvast een van de kleurrijke pagina’s van ons boekje. Het staat vol met verhalen, mensen en foto’s uit de wijk Dampoort – Sint-Amandsberg. Zo kan je er lezen over Reginald Warneford, de eerste Turkse slager in de buurt, de bogen van de Dampoort, enzovoort.

Dankzij Curieus Oost-Vlaanderen kunnen we jullie dit boekje ook gratis aanbieden. Ga daarom zeker langs op de tentoonstelling! Je kan vandaag (zondag 13 mei) nog langsgaan tot 18u. Ook bij de vele handelaren aan de Dampoort en in Sint Amandsberg vind je het boekje.

Nog meer lezen? De Gentenaar schreef een mooi artikel met foto’s over onze openingsavond met enkele sfeerfoto’s. Hieronder ook nog een filmpje!

Blogger op Durf Denken van de UGent

In het kader van de nieuwe “Durf Denken” campagne van de UGent, is er een multimediale blog opgestart waarop studenten en medewerkers van de Universiteit Gent ook de kans krijgen om mee te schrijven. Deze week ben ik er “Blogger van de week“. Enkele stukjes uit mijn introductietekst kan je hieronder lezen, maar op de blog van Durf Denken staat er uiteraard nog meer geschreven!

Of ik wil bloggen voor de Durf Denken blog… Waarom niet? Deze website leek alvast leuk en interessant genoeg om aan mee te schrijven, en het thema “Durf Denken” mag een persoonlijke invulling krijgen. Hello world, Sander hier.

Deze week wil ik dan ook schrijven over engagement aan de UGent. In mijn eerste blogbericht geef ik in grote lijnen mee hoe ik mijn maatschappelijk ei ben kwijtgeraakt in de afgelopen jaren, terwijl ik in het tweede bericht ga inzoomen op de specifieke rol van de student aan de Universiteit Gent. Als je wil, kan je immers véél gedaan krijgen: meedraaien in een studentenvereniging, de curricula mee helpen bepalen of zelfs in een orkest meespelen: de mogelijkheden zijn quasi eindeloos. 

Durven denken is natuurlijk ook kritisch reflecteren over je unief. In een afsluitend bericht zal ik dan ook inzoomen op de ontwikkelingen binnen het hoger onderwijs in Vlaanderen en specifiek de UGent, met een blik op de toekomst.

Sociale media en vakbonden: is er een wonderrecept?

Gisterenavond, dinsdag 10 april, was het #GentM nummer 13, met het spraakmakende thema “sociale media vs. vakbonden”. De avond startte met de mededeling dat we zeker niet moeten kijken naar de tegenstelling tussen die beiden, omdat het en-en verhaal onvermijdelijk is. Internet en online media zijn sterk aanwezig in het maatschappelijk debat en de vakbonden moeten mee doen – willens nillens.

Gisteren heb ik ook nog een kort blogbericht geschreven over het gebruik van online media binnen de vakbond, maar blijkbaar waren mijn vragen al een stap te ver. Interne vormingstrajecten rond online media: die zullen er enkel zijn als er een duidelijk beleid is rond diezelfde online media. Dit ontbreekt nu nog. Twitteren tijdens de werkuren? Onbespreekbaar, want dat is geen inhoudelijk werk. Zijn er negatieve ervaringen met sociale media? Wat denk je: als er al ervaringen zijn, zijn er niet bijster positief…

Daarom was het goed dat enerzijds Sofie Verhalle (@lamazone) vriendelijk en constructief advies gaf, en anderzijds Stijn Vercamer (@stijnv) kordate en no-nonsense tikken uitdeelde om de sociale bewegingen wakker te schudden. Sofie sprak heel goed, Stijn sprak ongezouten. De slides van Sofie kan je via deze link bekijken, die van Stijn via deze link.

Waarom sociale media?

Waarom sociale media? Zijn er nog redenen nodig? Oei oei. Ik doe een snelle poging:

  • Direct converseren met je achterban
  • Luisteren naar elk gesprek, meedoen als het nodig is
  • Elk kanaal gebruiken om je boodschap te verspreiden
    De onmiskenbare invloed op pers en politiek van sociale media
  • Snelle, gevatte communicatie – stukken (!) sneller dan geschreven pers, persberichten, …
  • De denkbeeldige generatiekloof met de tech savvy jongere generatie overbruggen.
  • Metrics: je kan meten hoeveel mensen je site bezoeken, wie over je praat, enz. Je hebt een graadmeter voor de populariteit van je boodschap!
  • ….

Ik kan hier nog even op doorgaan, maar ik zou graag focussen op concrete oplossingen. Het verhaal dat ik hieronder breng is natuurlijk verre van volledig. Als je meer wil weten, contacteer me dan via het reactieformulier hieronder, via Facebook of via Twitter.

Van wake-up call naar de eerste stappen

Zo ging Stijn onder meer in op de verschillen tussen corporate en non-profit communicatie. Waarom verliest de vakbond het online gevecht? Eén woord: organisatie. Waar bedrijven slagen, faalt de non-profit (en dus ook de vakbonden): interne structuren en de ruimte om zonder controle van bovenaf aan externe communicatie te doen. Durf vertrouwen hebben in je medewerkers, durf loslaten.

Anderzijds hebben de vakbonden een énorm voordeel: ze werken rond maatschappelijk relevante zaken. Quod non: het eindeloopbaandebat, onze sociale zekerheid, arbeidsomstandigheden op de werkvloer, het zijn allemaal topics die veel emotie oproepen. Die moet dus niet “gefantaseerd” worden zoals in corporate communicatie rond auto’s of deodorants. Je kent je boodschap dus al. De oproep van Stijn, die ik helemaal onderschrijf: speel je voordelen uit. Empower je werknemers, wees consequent in je boodschap en durf je te smijten achter je verhaal.

Aansluitend moet je ook je doelpubliek kiezen. De vakbonden investeren al enorm in communicatie naar de eigen achterban: durf te verruimen. Ik besef maar al te goed dat het moeilijk is om als vakorganisatie mensen te betrekken in je werking die (nog) niet gewerkt hebben, zijnde scholieren en studenten, maar zij zijn wel de arbeidskrachten van morgen. De “young potentials” denken misschien dat ze minder nood hebben aan een sociale vertegenwoordiging binnen en buiten het bedrijf, maar ook zij werken nog steeds binnen de kapitalistische winstlogica – sluit je ogen dus niet voor hen. De syndicalisatiegraad is nog nooit zo hoog geweest, maar de politieke polarisering in de samenleving ook niet: ga dus voor outreach!

3, 2, 1: go!

Wil je als vakbond eraan beginnen? Denk je: ja, we gaan online communiceren en onze werknemers empoweren om mee te doen? Sofie stelde gisterenavond dat je dan drie zaken duidelijk voor ogen moet hebben: strategie, workflows en policy.

  • Strategie: wat wil je bereiken als vakbond met je boodschap? Korte termijn: informeren of mobiliseren? Lange termijn: druk via (online) media, meer leden, of een evenwichtiger debat? Dit kan verschillen naargelang de actualiteit, het doelpubliek en het kanaal waarmee je communiceert. Probeer niet altijd in het sloganeske te vervallen: bouw een persoonlijke band op met hen. De merken van Thomas Cook België doen dit bijvoorbeeld door vragen te stellen aan hun fans op Facebook (“waar ga jij het liefste op vakantie”), sfeervolle vakantiefoto’s, enzovoort.
  • Workflows: wie mag waarover communiceren? Wat is het besluitvormingsproces? Durf de klassieke hiërarchische vakbondsstructuren overboord te gooien. Ik verwijs naar hierboven: durf vertrouwen, durf loslaten. Stijn zei gisteren al: controle is iets van de 20ste eeuw. Maak daarom goede afspraken hoe je die controle stapsgewijs overhevelt aan andere mensen en kanalen.
  • Policy: wat ga je hoe communiceren? Welk taalgebruik ga je hanteren op sociale media? Tweeten: enkel in de pauze, of ook tijdens de werkuren? Hoe ga je om met “trollen” – die groep deconstructieve internetbashers?

Hands-on: begin er nu aan!

Wil je als vakbond(scentrale) meteen werk maken van een sociale mediastrategie? Dan geef ik al enkele eerste stappen mee:

  • Stel je eigen organisatie in vraag. Ben je als organisatie nu al voldoende bewust van je eigen gebreken en mogelijke verbeterpunten? Zijn er geen hiaten – zoals vertegenwoordiging voor vrije beroepen, zelfstandigen, jobstudenten, interims, niet-werkende jongeren, …? (Ja, die zijn er – ja, pak ze aan)
  • Luister naar goede raad en tips. Zet jonge syndicalisten die bezig zijn met online media samen. Laat hen ideeën spuien. Ze willen je enkel maar vooruit helpen! Ga ten rade bij andere non-profitorganisaties (bvb. Greenpeace) over hoe zijn online media gebruiken om hun zaak vooruit te helpen.
  • Laat je begeleiden. Consultancy als tijdelijke, ondersteunende oplossing hoeft niets vies te zijn. Vraag advies aan mensen zoals mij, die freelance (of bij een bedrijf vast) werken aan projecten rond sociale media en hierin expert zijn. Zij kunnen je ook helpen bij het vinden van de ideale mensen om het intern over te nemen: moving on naar het volgende punt =>
  • Investeer in eigen talent. Aansluitend op het vorige puntje: ga voor de ontwikkeling van in-house talent. Train je personeel, maak middelen vrij, of ga een stap verder: neem een conversation manager aan! Bart Van Winghe schreef hierover in december al een blogpost, die gisteren op GentM ook al als inspiratie werd opgeduikeld.

Langzaam maar zeker kan je op deze manier evolueren naar een moderne organisatie met een volledig communicatieaanbod. Propagandisten die vroeger de straat opgingen, moeten nu online aanwezig zijn en de gesprekken volgen én kunnen meepraten. Geef nieuwe ideeën en nieuwe talenten een kans binnen je organisatie. Werk offline én online aan positieve verandering!

Social media vs. de vakbonden: mijn vragen

Vanavond vindt Gent M # 13 plaats, met als welluidend onderwerp deze keer: Social media vs. De vakbonden. Op “We Strike Back” in de Vooruit n.a.v. de nationale staking op 30 januari, ging het debat ook al even over de houding van de vakbonden tov. nieuwe communicatiemiddelen zoals sociale media. Toen had ik enkele vragen, die ik vandaag wat meer beantwoord wil zien.

Een lijstje:

  1. Wat zijn de positieve en negatieve ervaringen met sociale media?
  2. Mogen werknemers van de vakbond (ABVV in mijn geval) gebruik maken van sociale media tijdens de werkuren? Enkel in de pauze, of ook tijdens de werkuren?
  3. Wordt er actief gebruik gemaakt van sociale media om te communiceren? Is er een beleid hierrond? Is er een conversation manager of mikken jullie op een alles omsluitend beleid? (Geldt ook voor vraag 1)
  4. Zijn er intern vormingstrajecten voorzien om werknemers van de vakbond bewust te maken van de voor- en nadelen van sociale media?
  5. Zijn er zo’n vormingen voorzien voor de vakbondsafgevaardigden en militanten op het terrein?
  6. Zou sociale media geen interessant instrument zijn om niet-werkende mensen te bereiken? Ik denk aan jongeren, studenten, ouderen, ..? Zij kunnen strikt gezien geen lid zijn van de vakbond, maar zijn uiteraard ook een maatschappelijke actor, kunnen sympathie/apathie hebben tov. de sociale strijd, …
  7. Is de houding tov sociale media een kwestie van jong vs. oud binnen de vakbondsbeweging, of speelt het zich eerder af tussen verschillende sectoren en gewesten, of erbinnen, of …?

Enzovoort… Ik zou nog even kunnen doorgaan, maar ik hoop de antwoorden straks te krijgen!

Ga wandelen met een hond, of adopteer een kat!

Het nieuwe jaar is alweer even bezig en goede voornemens vervliegen snel. Stoppen met roken, afvallen en meer tijd voor vrienden maken zijn enkele klassiekers die al snel verwaarloosd worden. Er zijn echter ook zaken die niet mogen verwaarloosd worden – wat zeg ik, zaken: het zijn bijna personen. Honden en katten, onze huisdieren. Het Dierenasiel Gent is de poort naar een beter bestaan voor verloren of afgestane honden en katten. Je kan met de honden zelfs gaan wandelen.

Ik heb dit jaar eindelijk eens een lang gekoesterd voornemen in de praktijk omgezet: ik ben steungever geworden van het Dierenasiel Gent. Het befaamde asiel in het Citadelpark in Gent vangt verloren gelopen en afgestane honden en katten op een menselijk manier op. Er wordt gezocht naar de rechtmatige eigenaar, of naar een nieuwe thuis.

Alle beestjes worden goed verzorgd in het dierenasiel maar uiteraard is een nieuwe thuis de best mogelijke verzorging die ze kunnen krijgen. Je kan daarom altijd een hond of een kat adopteren en ze een nieuwe toekomst geven. De hond die wij vroeger thuis hadden, kwam ook uit het dierenasiel en was een fantastisch prachtig beest dat ons véél liefde en plezier heeft geschonken. Laat mijn anekdote een positieve stimulans zijn! Katten zijn natuurlijk ook een optie en zijn zelfstandiger dan honden: misschien een optie voor de stadsmensen?

Heb je geen tijd of plaats om een dier in huis te nemen? Dan kan je ook lid worden van de vzw die de werking van het asiel ondersteunt. Op die manier kan je ook gaan wandelen met honden uit het asiel. Jij hebt een compagnon om een leuke namiddag mee te spenderen en de hond in kwestie kan eens uit zijn/haar hok komen. Voor studenten is het ook een leuke manier om te ontspannen tijdens het blokken: spreek af met vrienden, ga met je favoriete hond wandelen en maak er een leuke dag van!

       

Uitdagingen voor VVS

Het VVS-jaar zit erop. Meer dan 14 maanden geleden werd ik verkozen door de Algemene Vergadering van de Vlaamse Vereniging van Studenten om één van hun vier vertegenwoordigers te zijn in onze Raad van Bestuur en zo deel uit te maken van de executieve van de Vlaamse overkoepelende studentenraad. Het klinkt cliché, maar het jaar is voorbij gevlogen. Met goede momenten, en met minder goede momenten. Ik heb er trouwen in dat de nieuwe RvB het de komende maanden goed zal doen en met veel enthousiasme, maar ik wil van deze laatste momenten toch gebruik maken om vooruit te blikken naar de belangrijkste uitdagingen voor het komende academiejaar.

Sociale voorzieningen 2.011?

Ik ben een jaar lang enorm intens bezig geweest met sociale voorzieningen en diversiteit binnen ons hoger onderwijs – maar liefst 50 uur per week in het tweede semester – en het inhoudelijke komt dan ook eerst aan bod. Er waren dit jaar veel dossiers die stamden uit de vorige jaren en de volgende jaren enkel belangrijker zullen worden. Zo is er het nieuw decreet op studentenvoorzieningen dat gefinaliseerd wordt het komende academiejaar, dreigen er verhogingen van de inschrijvingsgelden en blijft studentenhuisvesting een immer precair punt. De evaluatie van het Aanmoedigingsfonds (meer info) en de hieraan gekoppelde in-, door- en uitstroom van kansengroepen binnen het hoger onderwijs zullen ook op de voorgrond treden, terwijl de saga rond het jobstudentenstatuutvoorlopigbekoeld lijkt.

Containerkoten in Utrecht – ook in Vlaanderen?

Als ik hier één thema moet uitkiezen dat de aandacht van de Vlaamse studentenraden verdient het komende academiejaar, is het wel studentenhuisvesting. Ik zal er in een latere blogpost wel nog op terugkomen, maar ik kan het alvast kort samenvatten: koten zijn de grootste studiekost (voor kotstudenten alleszins), er is al jarenlang een gebrek aan koten, de prijzen stijgen jaar na jaar en de kwaliteit lijkt niet te verbeteren. Ook staat het geloof van de hoger-onderwijsinstellingen in sociale studentenhuisvesting in eigen beheer onder druk: break-even draaien wordt steeds meer het ordewoord, terwijl er enkel maar studenten bijkomen die geen kot op de private markt kunnen betalen. Hiernaast is de sociale marktcorrectie van lagergeprijsde studentenkoten onontbeerlijk om de private markt enigszins onder controle te houden. Om dit thema op de voorgrond te plaatsen, is er dan ook een nieuw standpunt rond studentenhuisvesting geschreven binnen VVS dit jaar en ben ik ook bezig (geweest) met een project rond de rechten van de kotstudent als huurder. Ik hoop dat het voorbereidende werk aan het project niet verloren gaat en ik als vrijwilliger, samen met de RvB kan blijven werken om het alsnog van de grond te krijgen!

Structuur 2.020

Hiernaast geloof ik ook in de kracht van structuren om individuen te stimuleren en vleugels te geven om zo fantastische zaken te bereiken. Daarom moet er ook aandacht zijn voor één groot structureel gebrek binnen VVS: de participatie van studenten(vertegenwoordigers) binnen de Vlaamse werking. Zo zijn er meer vertegenwoordigers nodig, met verschillende achtergronden en ook verschillende interesses: vooral sociaal en diversiteit smeekt erom.

Er worden al jaar na jaar inspanningen worden geleverd om in de eerste plaats meer hogeschoolstudenten te bereiken, maar het blijft een moeilijk werk. Het lijkt een zaak van “de elite” op Vlaams niveau die zich bezighoudt met onaardse dingen, een elite die bovendoen blank, middenklasse, mannelijk en universitair is. Als we alle studenten willen vertegenwoordigen, moeten we minstens streven naar een goede afspiegeling van de studentenbevolking in de RvB en AV van VVS.

Hiernaast zijn er echter ook meer inhoudelijke vertegenwoordigers nodig, en dan zeker op de beleidsdomeinen sociaal en diversiteit. Dit blijft immers bekeken worden als “het kleintje” bij de klassieke tweedeling onderwijs-sociaal, terwijl de sociale dimensie van ons hoger onderwijs wel bepaalt hoe geslaagd we de democratisering van ons hoger onderwijs mogen noemen. Ze bepaalt ook hoe we alle talent(en) in onze samenleving kunnen aanboren en de kans geven om verder te studeren: studiebeurzen, studentenhuisvesting, vrouwvriendelijk beleid – noem maar op, het is en blijft een noodzakelijk. Ik hoop dat ik het afgelopen jaar heb kunnen aantonen, samen met de weinige vrijwilligers die er waren op het beleidsdomein binnen VVS, dat het thema wél belangrijk is en wél de hearts and minds van studenten(vertegenwoordigers) weet te beroeren. Een blijvende aandacht op deze sociale dimensie in de inhoudelijke werking zal ongetwijfeld ook meer vrijwilligers voor deze beleidsdomeinen met zich meebrengen. Het toont immers dat er méér is aan studentenvertegenwoordiging dan droge wetteksten, kwaliteitszorgmechanismen en zo meer. Hiernaast was het ook enorm moeilijk het voorbije jaar om een werking rond zo’n enorm beleidsveld uit te bouwen vanaf nét niet nul – door een ontbrekende werking en dus ontbrekende vrijwilligers van het jaar ervoor…

Durf doen!

En lap, daar had ik het weer over het inhoudelijke in een alinea over participatie als structureel probleem. Meer actieve mensen in de VVS-werking zorgen er immers voor dat er meer werk kan verricht worden, waardoor we er hopelijk als studenten er allemaal net dat beetje beter op worden. Al het bovenstaande zijn uitdagingen die VVS als organisatie moet aanpakken en waarbij naast de verzekerde inzet van de RvB, ook de studentenraden meer moeten (durven) doen. Stel mensen verantwoordelijk voor de VVS-delegatie van je studentenraad, neem studenten(vertegenwoordigers) mee die een extern mandaat bij VVS willen opnemen of die gewoonweg geïnteresseerd zijn, en durf jezelf ook uit te spreken voor verandering. Als we het hoger onderwijs democratischer, kwalitatiever en socialer willen maken, is het behouden van het status quo immers niet de weg die we mogen bewandelen. Wij moeten positieve veranderingen voorstellen – wij, de geëngageerde studenten! Kom dan ook uit je kot, wees niet bang van een standpunt in te nemen dat tegen het status quo ingaat en ondersteun hiermee de legitieme eisen van de Vlaamse studenten!

Epiloog

Ik zou hier nog meer zaken kunnen neerschrijven die onze aandacht behoeven, maar dit is dan ook een fragmentarische momentopname van een afscheidnemend RvB-lid. Ergens blijft het gevoel dat ik misschien nog meer had kunnen doen het voorbije jaar, maar een mens heeft maar een beperkte hoeveelheid tijd en energie te besteden. Hiernaast blijf ik een simpele boerenstadsjongen die (bij)studeert, dus zal me blijven engageren binnen VVS (e.a.) als AV-lid om zo inhoudelijk te blijven bijdragen op sociaal en diversiteit. Uiteraard zal dit met alle vertrouwen zijn in de nieuwe RvB, zodat ik niet te veel als “oude bompa” overkom die elke vergadering verkondigt dat alle beter was “in mijnen tijd”. Ik wens m’n opvolgers dan ook veel succes!