CATEGORY: gent

Burgerinitiatief "Project Vrijdagmarkt"

Persbericht nav. start burgerinitiatief “Project Vrijdagmarkt”

De ‘Actiegroep Vrijdagmarkt‘ zet al sinds de bekendmaking van het Vrijdagmarktproject grote vraagtekens bij de commerciële plannen van de Nederlandse ontwikkelaar Limitless.
Door toenemend protest vanuit de buurt en door de kritiek vanwege vele andere bezorgde Gentenaars worden de plannen nu toch wat bijgeschroefd. De verklaringen van Bontinck vorige week stellen ons niet gerust. Het architectenbureau speelt teveel voor spindoctor en houdt te weinig rekening met de reële zorgen van de buurtbewoners, de handelaars in de omgeving en de Gentenaars in het algemeen.
Ondertussen ondernam het stadsbestuur nog geen zichtbare stappen om aan te tonen dat het haar menens is met de bescherming van de Vrijdagmarkt.
Om die twee redenen start de ‘Actiegroep Vrijdagmarkt’ in overleg met de buurt een burgerinitiatief. We willen de komende twee maand 2.500 handtekeningen ophalen. Zo zorgen we ervoor dat de buurt binnenkort zelf het woord kan nemen op de gemeenteraad.We willen dat het College op zes belangrijke punten duidelijke antwoorden geeft (zie ook burgerinitiatief):

  1. We verzetten ons met klem tegen de aanleg van een nieuwe parkeergarage. Officieel moet deze de parkeerlast in de buurt oplossen. In de realiteit zijn de extra ondergrondse parkeerplaatsen bedoeld om de geplande viersterrenappartementen tegen een hogere prijs te kunnen verkopen.
  2. Daarnaast vragen we het stadsbestuur werk te maken van de Lange Munt met inspraak van alle aanwezige handelaars.
  3. We stellen ook voor dat Limitless mee de lasten van haar project draagt door bijvoorbeeld handelaren die schade door de werken moeten sluiten mee te vergoeden.
  4. Ook willen we dat adviezen van de stadsdiensten op stedenbouwkundig vlak binden worden. Dit zal het College er toe aanzetten de bemerkingen van haar diensten 100% in rekening te brengen.
  5. We wijzen erop dat projectontwikkelaars in het verleden erg roekeloos zijn omgegaan met Gentse erfgoed. De Vrijdagmarkt is vandaag niet beter beschermd dan de middeleeuwse huizen op de Korenlei. De mooie beloftes van Limitless en Bontinck zijn geen houvast, het aanwezige erfgoed moet beschermd worden binnen een duidelijk juridisch kader.
  6. Tenslotte weet iedereen dat zowel de werken die gepaard gaan met dit project als de voorspelde extra aantrekkingskracht van de Vrijdagmarkt in de toekomst in de buurt voor mobiliteitschaos zal zorgen. We willen dat de stad nu reeds een mobiliteitsstudie doet op basis van de reeds gekende informatie. Zo kan de buurt niet voor voldongen feiten gezet worden.

Contact:
Stijn Demeulemeester: 0486/78.10.52
vrijdagmarktgent@gmail.com
http://vrijdagmarktgent.blogspot.com

Pers is zeker welkom:
Bij onze eerste ophaalactie: donderdag 29/02/2009 – 15u30 Grootkanonplein
Op onze buurtvergadering: vrijdag 06/02/2009 – 20u ’t Vrijdagsgevoel (Vrijdagmarkt 29)

Interview Herman Balthazar

Vorige week dinsdag heb ik voor het Veer, het blad van de VGK, Herman Balthazar geïnterviewd. De volledige versie (2710 woorden, weet waar je aan begint) kan je hier nalezen.

Interview Herman Balthazar

Herman Balthazar promoveerde in 1970 tot doctor in de geschiedenis, werd gewoon en later buitengewoon hoogleraar (professor, zoals wij zeggen) in de geschiedenis, telt prof. Deneckere en prof. De Wever onder zijn leerlingen en was bijna 20 jaar lang, van 1985 tot 2004, gouverneur van Oost-Vlaanderen.

Tendensen in de geschiedenis

SVdM: Sinds het begin van uw academische carrière hebben zich allerlei nieuwe tendensen in de geschiedenis aangediend: welke positieve evoluties heeft u gezien?

 
HB: Een eerste evolutie is natuurlijk de mondiale dimensie: het bijna vanzelfsprekende uitgangspunt dat je geschiedenis schrijft via een chronologie die enkel door de West-Europese geschiedenis bepaald wordt, wordt gerelativeerd. Je schakelt deze “oude” invalshoek echter nooit helemaal uit, want al je ervaringen met geschiedenis vertrekken vanuit de eigen omgeving: al van in de kleuterklas is dit zo, en nu als historicus in Gent is dat niet anders.
Ten tweede is het verhalende in de geschiedenis duidelijk belangrijker geworden. Mijn hele opleiding was gebaseerd op zoveel mogelijk afstand te nemen van het verhaal en uitsluitend een feitelijke, bijna wiskunde geschiedenis te schrijven. Nu zie je het narratief terugkomen, wat een positieve tendens is zolang je je verhaal maar ernstig neemt: onderbouwd met een stevige structuur en context, zodat het verhaal geen “ding” op zich is, maar kadert binnen de geschiedenis.
Ook is er in historische analyses heel duidelijk een vergrote aandacht voor menselijke factoren. Een goed voorbeeld hiervan is de mondelinge geschiedenis, die ontstaan is in de jaren 1980, maar ook in mijn eigen cursus kwam deze tendens naar voor. Bij de vraag “wie bouwde Thebe met de zeven torens” sprak ik vroeger over welke koningen de rotsblokken hadden aangesleept. Neen! Als je het verhaal van de bouw van Thebe vertelt, moet je ook kijken naar in welke arbeidsomstandigheden deze bouw heeft plaatsgevonden, en wie dat alles heeft mogelijk gemaakt. Betrek dus ook het onderste deel van de menselijke piramide daarin!
Ten slotte bemerk ik ook de terugkeer van thematische geschiedenis. Op een gegeven ogenblik hadden we ons hiervan afgekeerd, omdat in het middelbaar onderwijs je énkel nog maar thematische geschiedenis mocht geven: “de geschiedenis van het kostuum door de eeuwen heen” bijvoorbeeld. Vanzelfsprekend is dit een beetje mager is, want je verliest de context, maar we hebben dit gecorrigeerd door een meer mondiale en sociale uitdieping daarbij te voegen. Hieruit hebben we dan ook geleerd dat sommige thema’s wel interessant kunnen zijn, zoals voeding. Voeding kan je mondiaal benaderen – waarom eten wij paardenvlees en gaan Amerikanen daarvan kotsen – maar het is dus ook een stuk mentaliteitsgeschiedenis, en tegelijkertijd thematisch.

Welke negatieve evoluties heeft u gezien?

De grootste negatieve tendens die we hebben gezien – en hoe jonger de collega, hoe sterker hij dat negatieve ervaart – is dat je voor je curriculum op te smukken, je dient te publiceren in een héél beperkte groep tijdschriften die door een héél beperkte groep mensen gelezen worden, maar die nu eenmaal tot het canon behoren van wetenschappelijkheid (= de zgn. “outputfinanciering” – SVdM). Doordat je hier al je tijd moet insteken, en echt moet vechten om in die tijdschriften te geraken, verlies je een groot stuk van de mogelijkheden om de gemeenschap iets aan te bieden. En dat dien je te compenseren. In Gent is hiervoor een goed jaar geleden het Instituut voor Publiekgeschiedenis (IPG) opgericht, wat me een goede tegenzet lijkt. Je moet er natuurlijk ook tijd voor kunnen vrijmaken…
Een nieuwe spanning is hoe de universiteit aan meer middelen kan geraken, en tegelijkertijd meer bekendheid kan verwerven – ook op het internationale toneel. Dit speelt een opvallend grote rol in de humane wetenschappen.

Historici vandaag

Wat mij hierin opviel, is dat hier in Gent de studentenraad van de Politieke & Sociale Wetenschappen (StuRa) sterk tegen dit systeem heeft geageerd: enerzijds moet je als politoloog, maar ook als historicus, een rol hebben in het maatschappelijke debat – dat wordt ook van je verwacht, maar als je hier anderzijds geen tijd meer kan in steken, wordt het natuurlijk moeilijk.

Deze nieuwe accenten en vormen van financiering hebben dan ook een grotere impact op de politologen dan op historici: historici zijn immers gewoon om geen bestsellers te hebben in de literatuur.
Als je de radio opzet en je hoort prof. Carl Devos commentaar geven, kan dat heel interessant zijn maar hij is daar niets mee voor zijn curriculum, wat heel spijtig is.

Ook in de geschiedenis zijn er zo’n professoren: ik denk hierbij aan prof. Bruno De Wever en prof. Deneckere, die zich ook buiten de universitaire wereld inzetten en voor een originele insteek zorgen.

Dat hoeft u mij niet te vertellen, ze hebben beiden bij mij gedoctoreerd. Ze vechten dagelijks in het afmeten van waar ze prioriteit moeten aan geven. Het voorbeeld van het IPG wordt ook elders gevolgd, wat erop wijst dat die spanning er effectief is. Ik denk dat Europa er belang bij heeft om in de Europese dimensie ook dit terrein aandacht te geven, en de onderlinge concurrentie in het hoger onderwijs op een andere manier te gaan meten.
Dit is dan een van de minder positieve gevolgen van de Bologna-hervormingen voor het hoger onderwijs. De Bologna-hervormingen hebben ook hun goede kanten, omdat men ons verplicht op een correctere manier te meten en internationaler te zijn. Het kind mag echter niet met het badwater weggegooid worden.

Is er ondanks deze negatieve invloed op de manier waarop geschiedenis wordt bedreven, nog een rol weggelegd voor historici in het maatschappelijk debat?

Ik hoop toch van wel. Historici komen wel minder snel aan het woord, omdat in de commentaren van de media de historische dimensie niet de eerste vraag is die gesteld wordt. Indien ze dan toch gesteld wordt, is het antwoord niet kort en duidelijk, zoals men zou willen, maar complex en met meerdere lagen. Dit is dan ook de grootste handicap van de geschiedschrijving: je moet met zodanig veel factoren rekening houden. Het mag ons er echter niet van weerhouden aanwezig te zijn in het maatschappelijk debat.

Kunnen historici iets toevoegen aan het politieke debat van de afgelopen maanden – de zaken in historisch perspectief plaatsen bijvoorbeeld?

Dat spreekt vanzelf. Hoe ouder je wordt als historicus, hoe meer je verliefd wordt op je eigen vak. Geen enkele vorm van menswetenschap doet je immers zo diep graven als het historisch proberen bekijken van bepaalde processen. Je hoeft hiervoor geen pretentie te krijgen, of denken dat dat je een betere verklaring zal geven van wat morgen te gebeuren staat, je moet ook niet denken dat je hierdoor de grote lessen trekt – maar het geeft je wel een veel grotere basis om maatschappelijke processen te situeren. Het is dus een absoluut noodzakelijk iets.
Iets als het Instituut voor Publieksgeschiedenis is daarom zo belangrijk: een uitgever gaat niet altijd het interessantste historische werk laten drukken uitgeven, maar wel wat het beste verkoopt. Historici zouden moeten proberen om een soort waakhond te zijn voor de publieke opinie, en mensen te sturen naar relevante uitgaven.
Het is trouwens opvallend dat je als oudere historicus met een oudere economist of ingenieur gaat praten, die mensen je bijna 8 keer op 10 zeggen hoe geschiedenis hen meer en meer gaat interesseren. Het is dan ook onze opdracht om die mensen het beste materiaal aan te reiken. Een van de grootste problemen waarmee we kampen, is namelijk hoe je geschiedenis “verkoopt”.

Iemand als Geert Mak, die geen historicus is, slaagt er wél in om geschiedenis in de kijker te plaatsen.

Ik denk dat we hiervoor enkel maar bewondering moeten hebben. Een vraag die we ons vaak stellen, is waarom we het zelf niet eerder hebben gedaan. Geert Mak gaat er misschien wel snel over, maar het is dan ook een andere vorm van geschiedenis bekijken. Net zoals de boeken van “Lieux de mémoire” die nu overal verschijnen, is het een gefractioneerde geschiedenis: het geschiedenisbeeld wordt opgebouwd vanuit gedeeltelijke verhalen die je op een bepaalde plaats in een bepaalde tijd zet, en de samenhang moet je dan maar zelf gaan zoeken. Dat laatste is natuurlijk niet zo positief.

Er is nu ook een Belgische versie van de “Lieux de mémoire” – het Dies Natalisdebat van de V.G.K. ging hier trouwens over – en de kritiek van Marc Reynebeau en anderen, dat het geen “echte” vorm van geschiedenis is, neemt natuurlijk niet weg dat deze vorm geschiedenis wel dichter bij de mensen brengt…

Wanneer mensen hierdoor in veel grotere getale geschiedenis gaan lezen, kan je alleen maar hopen dat die mensen de grote context die ontbreekt zelf gaan opzoeken. Wat ben je namelijk met een heel moeilijke context die niet gelezen wordt? Dat is het eeuwige probleem.
Geert Mak heeft inderdaad een merkwaardig gat in de markt gevonden. Zo’n dingen gebeuren wel vaker: in de jaren ’70 – voor jullie een voorhistorische tijd, jullie waren zelfs nog niet geboren – zijn er een aantal Franse mediëvisten in staat geweest om plots onwaarschijnlijk goed in de markt te komen liggen. Onder andere Le Roy-Ladurie met “Montaillou”: op basis van één bron uit de middeleeuwen, het proces van een ketter, vertelt hij het verhaal van het volledige dorp. Dit is een bestseller geworden!

Politiek

Even iets anders nu: de politiek. U bent lang gouverneur van Oost-Vlaanderen geweest en bent op die manier betrokken geweest bij het reilen en zeilen van onze provincie, en ook de SP en later de sp.a. Wat is uw mening over de politieke malaise van de afgelopen maanden?

(stilte) Mijn zwijgen heeft meer betekenis dan mijn antwoord. Ik kan hier ook geen goed antwoord op geven. Het onbegrip, en de onvrede van een steeds groter deel van de publieke opinie over wat het voorwerp is van het politiek debat dat zich dagelijks vertaalt in bvb. het nieuws, is één van de gevaarlijkse fenomenen van de parlementaire democratie. Je mag het niet vergelijken met wat in de jaren ’30 plaatsvond: toen is er ook min of meer zoiets gebeurd, maar je mag het toch wel als een bijzonder ernstig fenomeen beschouwen.
In mijn inleiding voor het recentste nummer van “Samenleving & Politiek” (Het tijdschrift van de Stichting Gerrit Kreveld waarvan dhr. Balthazar voorzitter is — SVdM) analyseer ik de ideeën van de Friedrich Ebert Stiftung (Duitse sociaal-democratische politieke denktank — SVdM). Hieruit blijkt een opmerkelijke onvrede van een groot deel van de publieke opinie met het wezen zelf van het – jonge – systeem van de parlementaire democratie. Dit komt meer voor in de economisch minder voorspoedige gebieden van Europa: in Duitsland zien we voor 60% een afwijzing van het democratische systeem in de voormalige DDR, terwijl dit voor hen toch juist een bevrijding zou moeten zijn? Hoe meer men op de sociale ladder afdaalt, hoe meer men de fundamenten van het systeem gaat afwijzen – wat heel erg is. De hele sociale emancipatie wordt nu omgekeerd: het veroveren van het stemrecht voor iedereen, de sociale maatregelen, de betrokkenheid naar beneden toe, tot het sociaal pact van 1945 – alles komt nu op de helling te staan. Dat maakt mij bang. Ik heb hier geen antwoord op, maar wanneer de politieke wereld zich iéts moet afvragen, zou het toch dit wel moeten zijn.

Is hierin dan geen vernieuwde rol weggelegd voor de sociaal-democratie en de socialisten, om de “klassieke” stemmer terug te winnen die we misschien afgestoten hebben?

Mijn antwoord als intellectueel sociaal-democraat is: ik zou niets liever willen en ik hoop het ten gronde. Deze uitdaging is voor de sociaal-democratie de belangrijkste die zij in haar hele geschiedenis al is tegengekomen: wanneer ze die afspraak mist, moeten de boeken toegeplooid worden en moet de sociaal-democratie als een historisch verschijnsel van gisteren bekeken worden.

Zegt het niets over de manier waarop wij in België politiek bedrijven dat er in onze buurlanden wél een potentiëel is voor een nieuw, “volks” links naast de traditionele partijen, een links-socialisme naast de sociaal-democratie, terwijl er hiervoor in Vlaanderen of zelfs Wallonië geen ruimte is?

Dat weet ik niet. Ik weet ook niet of de antwoord van de SP van Marijnissen in Nederland of Die Linke van Lafontaine in Duitsland het enige goede antwoord is. Dat er niet zoiets is in Vlaanderen of Wallonië is, heeft misschien complexere oorzaken dan deze vergelijking met Nederland en Duitsland. De sociaal-democratie heeft echter naar meer antwoorden te zoeken dan we in die linkerzijde aan bod zien komen: de parlementaire democratie en het algemeen stemrecht berusten immers op stemmen halen om je objectieven te bereiken, en dit blijft dan ook het belangrijkste streefdoel.

Het is ook opmerkelijk in Vlaanderen dat degenen die de sociale correcties van het systeem het hardst nodig hebben, juist het meest gaan stemmen op partijen zoals LDD of het VB…

Het is heel makkelijk om je te laten verleiden door de populistische aard van deze partijen.

Een vaak gehoorde kritiek van de links-socialistische partijen is dat dit ligt aan het feit dat de socialisten zijn weggetrokken uit de volksbuurten en de volkshuizen, te intellectueel en verheven zijn geworden waardoor we die stemmers kwijt zijn.

Het zijn niet enkel de volkshuizen, het is gewoon de straat waar de mensen wonen. De dagelijkse levenspatronen waarmee je te maken hebt, daar staan we niet meer bij. Er verandert ook zodanig veel in – die veranderingen moeten we volgen.

Historische pop-poll

Om af te sluiten: een “pop-poll” van voor u de grootste historici.

(stilte) Dit zijn moeilijke vragen, kiezen is zo verminkend. Historici als “helden” naar voor brengen in een pop-poll zou ik overigens niet doen.
Ik ga zeker mijn eigen patroon vernoemen waarbij ik mijn opleiding heb genoten: Jan D’Hondt heeft een onwaarschijnlijk grote invloed op mij gehad.
Buiten de deur, in Frankrijk, hangt het af van bepaalde periodes: waarom heb ik in m’n jonge vorserstijd enorm opgekeken naar Ernest Larousse? Toen was dat een baken van inspiratie, maar als ik die nu lees denk ik dat hij interessant is, maar ook niet meer dan dat.
Henri Pirenne blijft ook een onwaarschijnlijk groot historicus. Je leest daarom zijn werk niet meer vandaag, maar áls je hem leest, zal je verbaasd staan met wat voor een kracht dat hij schreef!

En de grootste politici?

Het huidige politieke klimaat is heel ongunstig voor politici. Heel goede en getalenteerde mensen hebben geen enkele kans om enig aureool te krijgen vandaag. Hierdoor ga je waarschijnlijk bij die vraag geen enkele actuele politicus krijgen.

Mensen van de VLD komen nochtans vaak naar voor in dergelijke lijstjes. Verhofstadt, De Gucht, …

Verhofstadt behoort daar zonder twijfel toe, hij is een prachtige comeback-kid. Louis Tobback zou ik hier echter ook bijvoegen, zonder twijfel. En Frank Vandenbroucke ook.
Langs de kant van de christendemocratie is er Jean-Luc Dehaeen, maar er zijn er wel meerderen gegroeid rond zijn generatie. Herman Van Rompuy is ook een heel interessant figuur die al lang meedraait.
Wie is eigenlijk groot? Mensen die geen eendagsvliegen zijn, die tussen ratio en emotie als politicus een bijzonder mooi evenwicht kunnen houden, die in moeilijke situaties zeer oplossingsgericht zijn en die een zeker charisma uitstralen – het zijn zo’n mensen die je onthoudt. in sommige periodes krijgen bepaalde figuren een haast mytische gestalte: Achille Van Acker is zo iemand die nu moeilijk door jongeren kan begrepen worden – zelfs door mij, hij was al van het politieke toneel verdwenen toen ik erop kwam – maar als ik daar als historicus naar kijk, is dat een héél belangrijk figuur geweest, bijvoorbeeld in de naoorlogse heropbouw.

De jongste generatie begint volgens mij wel te beseffen dat er voor het verleden een rol is weggelegd: gaat het nu over de politieke iconen, of mensen die hun stamboom maken, of de geschiedenis van hun straat, dorp of stad willen kennen – ze komen allemaal in aanraking met geschiedenis en het zal hen bijblijven. Studenten zijn zich wel degelijk bewust over waar we vandaan komen, en wat de uitdagingen van de tijd zijn en de rol die zij daarin kunnen spelen.

Ik mag het hopen. De handicap die een jong onderzoek nu immers heeft, hebben studenten ook: wat er allemaal op hun nek wordt geladen, geeft nog weinig tijd om als student een maatschappelijke rol te gaan spelen. Hoe ouder je wordt, hoe meer je je bewust wordt van hoe makkelijk je het vroeger had om te studeren! Langs de andere kant: er zijn enorm veel kansen bijgekomen om je als student te engageren – het is onwaarschijnlijk.

Bedankt voor het interview.

Rechts-liberale huisvestingsmaatschappij in Gent?

Gewezen CD&V-senator stapt over naar Lijst Dedecker

Gewezen CD&V-Senator Jacques D’Hooghe stapt over naar Lijst Dedecker. D’Hooghe zetelde tussen 1995 en 2003 in de Senaat, maar raakte toen niet herverkozen en was naar eigen zeggen eigenlijk niet meer van plan aan politiek te doen.

D’Hooghe, die momenteel directeur van een Gentse huisvestingsmaatschappij is, zegt gewonnen te zijn voor een gezonde economie. “De enige die dat ook consequent verdedigt, is Jean-Marie Dedecker”, luidt het. Met D’Hooghe haalt LDD een eerste gewezen parlementslid van CD&V binnen. (belga/tdb)

Bron.

Joy.

Dampoort: bijna weer van dat

Vandaag wééral bijna overreden aan de Dampoort. Ik steek over OP het fietspad, ik héb voorrang, en nóg was het enkel aan mijn snelle reflexen en een ruk aan m’n stuur naar links te danken dat ik niet onder een witte Vlaming z’n autowielen zat.
Onderstaande tekening verduidelijkt het een beetje:

Ik in het geel, de auto in het fluo. De driehoeken zijn plaatsen waar die persoon voorrang moet geven.
Ik kom van de Dendermondsesteenweg (onderaan): ik geef voorrang (er kwamen geen auto’s of fietsers aan), ik fiets door op het fietspad, en daar waar het “ox”-tekentje staat was het van dat: een auto die vanop de Land van Waaslaan kwam (rechts) had me duidelijk niet gezien, want hij was reeds vrolijk over het zebrapad en het fietspad toen hij me pas bemerkte, alwaar hij tot stilstand kwam met mij nét niet voor/onder zijn wielen had. Een snelle reactie zorgde er immers voor dat ik naast hem terecht kwam (niet op de grond gelukkig) en niet ervoor.
De auto op de foto staat evenver als de auto daarstraks stond toen hij stopte. Zucht. Tijd dat ze er iets aan doen daar – en aan de rest van de Dampoort, pff.

Groene banaan: hoorzitting

Vanavond is er een hoorzitting georganiseerd door de Stad Gent rond de groenas die in Sint-Amandsberg dient ingericht te worden – de zgn. “Groene Banaan”. Hieronder de details uit de Evenementenkalender van de Stad Gent:

Hoorzitting en rondvraag voorontwerp gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP nr. 139 – Groenas 1 (9000 Gent-9040 Gent-Sint-Amandsberg)

Van maandag 16 juni tot en met vrijdag 4 juli 2008 loopt een rondvraag over het voorontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) nr. 139 – Groenas 1 (9000 Gent-9040 Gent-Sint-Amandsberg). Naar aanleiding van deze rondvraag organiseert de Dienst Voorlichting een hoorzitting over dit voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

Polyvalente zaal ‘Nova’
Sint-Bernadettestraat 132-134
9000 Gent
ma 30/06/2008 om 19:00

Een panorama-foto van de zgn. “groene banaan” volgt hier nog.

Kot Jackpot

Ons persbericht heeft haar weg gezocht…

Actie voor betaalbare koten in Gent

De Gentse socialistische studenten voeren morgen actie om het kotenprobleem in Gent aan de kaak te stellen. Met ‘Kot Jackpot’ willen ze een aantal standpunten en concrete ideeën voorstellen.

De Gentse student betaalt gemiddeld 245 euro voor een kot, en dat is te veel, vindt Animo StuGent. Daarnaast zouden veel koten ook onveilig en vuil zijn. De vereniging wil meer koten – de geplande nieuwe home van Ugent volstaat niet, vinden ze – een verplicht conformiteitsattest en indexgerichte huurprijzen.

Studenten moeten ook beter geïnformeerd worden over huurrichtprijzen en er moet een evaluatiesysteem komen. De socialistische studenten voeren daarom morgen actie op de faculteit Letteren en Wijsbegeerte en hebben een wedstrijd en een petitie lopen op de website www.kotjackpot.be. (belga/bdr)

Ik had het niet beter kunnen zeggen. ‘k Heb zelf het persbericht geschreven namelijk. /stomme emoticon.
Concreet: je kan met onze wedstrijd 2 cinématickets winnen en een doe-het-zelfpakket om zelf je kot onder handen te nemen! Surf naar Kot Jackpot, stuur een foto in van je (of je vriend’s) lelijke kot in en verzamel zoveel mogelijk stemmen. Succes!